Dag 5; Polen – Litouwen

Dag 5; Polen – Litouwen

Nog dolenthousiast van onze ervaringen gisteren vertrekken we bijtijds. Vandaag steken we de grens over met Litouwen en we hebben geen idee wat ons te wachten staat. Uiteraard hebben we ons wel in het land verdiept en het een en ander gelezen, maar het blijft toch altijd een verrassing wat je werkelijk tegen gaat komen. Grensovergang Litouwen. Een schamel blauw EU bordje en wat verlaten kantoortjes. De eerste indruk; Prachtig land, Liz krijgt vaak het gevoel dat ze op Finnmark’s widda rijdt. Offroad en greenlane is hier de top, voor een land rover eigenaar is dit land als als een kind in een speelgoedwinkel neergezet worden. Geweldige natuurparken waar je met de auto in mag, met prachtige picknickplaatsen, compleet met schattig houten toilet en al. Jazeker, in de houten deur is een hartje uitgesneden.
Minpunt van het land voor zover wij hebben kunnen ontdekken is dat de mensen erg gesloten zijn en je niet aankijken. Contact maken is hier moeizaam, het is nog een echt oostblokland met een grijs gedrapeerd laken over de steden en dorpen. De natuur maakt alles meer dan goed, veel, veel ongerept bos en bijster weinig mensen.
Het betalen bij de kleine winkels die wij in de dorpjes aandoen kan alleen met harde valuta. Ik ga dus op zoek naar een bank en naast het politiekantoor blijkt er op de tweede verdieping van een gebouw een bank te zitten.
Een vrouw staat aan het loket een eindeloos formulier in te vullen en de twee dames achter het loket wachten geduldig af. Ik kik eens rond en kan geen geldautomaat bespeuren en sluit me dus aan achter de nog steeds schrijvende vrouw. Er komt nog iemand binnen, een jongere vrouw die me eens opneemt en vervolgens tussen mij en de schrijvende vrouw gaat staan. Ok, in Litouwen kennen ze het begrip ‘personal space’ dus niet? Ze rommelt wat in haar tas en blijkt iets vergeten te zijn en haast zich weer weg. Ik sluit snel aan en voel me ongemakkelijk, zo dicht op iemand die een transactie aan het doen is. De vrouw verlaat het gebouw met haar biljetten en het is mijn beurt. Ik probeer in 4 talen te vragen of ik geld op kan nemen, maar het enige dat werkt is zwaaien met een Visa kaart. Neen, dat gaat niet. Bankkaart? Neen, geen digitale transacties. Andere bank? Geen andere bank.
Hoogste tijd voor m’n reddingsboei, een in een apart vakje weggestopt 50 euro briefje. Dat werkt en ik wissel 20 euro om.
Inmiddels zijn er nog een paar dorpsbewoners binnen gekomen en hebben aan weerszijden van me positie ingenomen en kijken beiden belangstellend hoe ik mijn bankbiljetten in ontvangst neem en wegstop. Vreemde gewaarwording.
Met de buit gaan we een gebouwtje binnen dat we voor het gemak zullen bestempelen als een supermarkt. Men blijkt hier een ware schat aan objecten te hebben uit de catagorie ‘dingen die je in je mond kan stoppen en die Martin niet kent’, dus we vertrekken met een volle tas.
Een paar zaken ui onze tas die het vermelden waard zijn: Men verkoopt hier blokjes zaagsel die met witte chocolade overgoten zijn. Het doet me denken aan halva, een zeer voedingsrijk vezelproduct en het smaakt best. De diverse worstsoorten die we gekoch hebben blijken minder te bevallen. Dat men hier erg vet eet was ons al duidelijk aangezien er in de vleeswarenvitrine een enorm blok puur varkensvet lag waarvan driftig gesneden werd. Hetzelfde varkensvet was dan ook ruimschoots aanwezig in de worsten, die zo vet waren dat je ze na twee uur nog proefde. Een gruwel, zeker aangezien wij in Nederland zo goed als geen varkensvlees consumeren.
We vervolgen onze reis om per ongeluk uiteindelijk aan te komen bij een vliegveldje. Er staan tal van vlaggen en door nieuwsgierigheid gedreven rij ik het terrein op. Bij het vliegveldje blijkt een huttencomplex dat voor zakenmensen ingericht is te zijn.
Het complex is zo goed als verlaten, alleen een poolse zakenman huist er op het moment en hij belt voor ons de engels sprekende eigenaar. Ons merkwaardig reisverhaal (dat het steeds weer goed doet om de nieuwsgierigheid te prikkelen) dat ik hem vertel maakt hem enthousiast en hij stelt graag een hut op het terrein beschikbaar voor de nacht. De poolse zakenman is zichtbaar blij met het gezelschap en tracht ons zo lang mogelijk bezig te houden met blokjes kaas, stukjes worst en cola. Uiteindelijk weten we aan zijn greep te ontsnappen en we vertrekken naar onze eigen hut. Daar aangekomen slaan we steil achterover van de luxe. Een twee verdiepingen tellende centerparks bungalow is met loeiende houtkachel voor ons gereed gemaakt, blijkbaar loopt er dus toch personeel rond? En we brengen de avond door badend in luxe.
Een heel vreemd einde van een prachtige dag in Litouwen. Jammer dat hier erg weinig mensen een andere taal spreken en men schuchter is, we hadden graag iets meer indrukken van de bevolking zelf gehad.