Pneumatisch systeem

Pneumatisch systeem

Het pneumatisch systeem bestaat uit:

De compressor vult de luchttank met samengeperste lucht. Tussen de compressor en de tank is een terugslagklep geplaatst zodat de tank niet langzaam leeg loopt door inwendige lekverliezen in de compressor als deze niet in werking is. Een drukschakelaar meet de druk in de tank en zal de compressor afschakelen als de gewenste druk bereikt is.

Achter de tank is een luchtfilter, vochtafscheider en drukreduceerventiel geplaatst. Dit ventiel brengt de druk van de perslucht terug tot een ingestelde waarde en zal deze constant houden. Na het reduceer zijn aftakkingen gemaakt voor werklucht in en om de auto. Hiervoor zijn gangbare snelkoppelingen gebruikt waar veel luchtgereedschappen mee uitgevoerd worden.
Een van de aftakkingen bevat een volgend reduceer ventiel dat de luchtdruk terug brengt tot 4 bar. Deze druk is het maximum waarmee de luchtbalgen van de achteras gevuld mogen worden. Een ventielenblok bestaande uit 5 stuks elektromechanische 2/2 ventielen (2 standen, 2 poorten) verzorgen alle mogelijke schakelstanden:

  • Vullen van de linker balg
  • Aflaten van de linker balg
  • Vullen van de rechter balg
  • Aflaten van de rechter balg
  • Vereffenen of gelijk brengen van de druk links en rechts

Het onafhankelijk kunnen vullen en aflaten is een functie die belangrijk is voor het automatisch hoogte regel systeem. Alle ventielen kunnen middels schakelaars vanaf het dashboard bediend worden.

Inmiddels is het systeem verder uitgebreid met een extra afnemer; de ARB airlocker.