Dag 29; Enontekio –

Dag 29; Enontekio –

Mooi op tijd uit bed, lekker vlot het ochtend ritueel doorlopen, maar niet echt op tijd op de weg.
Bij vertrek van de hut is de honden trainer nog steeds niet weg, hij heeft een trailer nodig die al een maand niet bewogen heeft… Hij vraagt ons of het wellicht mogelijk is dat wij een poging wagen en uiteraard zijn we daar voor te porren.
Hij wijst op een ondergesneeuwd object waarvan ik dacht dat het een schuurtje was, maar het blijkt dus een 3 asser te zijn met een levensgrote huif. Rondom ligt een slordige halve meter sneeuw waarvan we eerst een deel weg scheppen. Dan gaat de Defender er voor en binnen een kwartier staat de trailer op het pad voor de hut. Iedereen moet even komen kijken en foto’s maken van de auto die het voor elkaar gekregen heeft…
Een van de mannen komt uit midden Finland en heeft daar een eigen offroad terrein. Kaartjes worden uitgewisseld en uiteindelijk gaan we dan toch op weg.
Het duurt niet lang tot we de grens met Zweden bereikt hebben. Uiteraard is het hier ook zonder enige vorm van formaliteit doorrijden, soms mis ik het grens gedoe toch wel een beetje, het had zo zijn charme. (al dacht ik daar destijds heel anders over.)
In Zweden blijken er al snel ook geen alternatieven meer voorhanden te zijn, kleine weggetjes die wij zo leuk vinden liggen er werkeloos bij, voorzien van een halve meter sneeuw. Ik vraag me af hoe de mensen die verder het bos in wonen het contact met de buitenwereld onderhouden, het lijkt er op dat ze alles per sneeuwscooter doen. Het verklaart ook wel meteen waarom de meeste mensen hun huis zo dicht bij de hoofdweg hebben staan, iedere ochtend het pad schoon ruimen is al erg genoeg als het 20 meter lang is. Laat staan 2 km.
Omdat de deuren van de auto steeds slechter gaan sluiten en nu ook soms spontaan uit het slot schieten, besluiten we bij het passeren van een aardig uitziende camping een hutje te nemen. Jammer, want wij beiden verheugden ons op weer eens een nacht in de auto. Ook het feit dat de tent bevroren op de motorkap ligt, is geen goede stimulans te gaan kamperen. Ik ben bang dat hij in stukken breekt als we hem nu uitvouwen…
Grappig genoeg blijkt de eigenaar van de camping een Nederlander. Het lijkt wel of we een rondje geëmigreerde Nederlanders aan het doen zijn, we komen ze ook echt overal tegen!
Bij -23 C staan we buiten bij de auto wat te praten over Land Rovers, hij heeft een 90 gehad, maar heeft hem weg moeten doen omdat hij ‘m te koud vond. Ik vertel hem dat onze kachel het nog steeds goed warm krijgt, maar ja, het is dan ook nog geen -35 C zoals hij vorige winters had.
We krijgen een alleraardigste hut van hem aangewezen die erg netjes en volledig is. Het is meer van het type waarin je een paar weken door zou kunnen brengen, als je daar het type voor bent.
Na een stevig maal Zeeuwse linzen en een sigaret op de veranda kruipen we tevreden in bed.