Dag 16 – Murmansk – Karasjok

Dag 16 – Murmansk – Karasjok

by

Met gemengde gevoelens stonden we deze ochtend vroeg op.
Enerzijds hadden we nog lang niet genoeg gezien van dit deel van Rusland, anderzijds waren we er helemaal klaar voor om aan het volgende deel van onze reis te beginnen.

Aangezien het hotel nu niet echt geroemd kon worden om de kwaliteit van het geserveerde ontbijt hadden we dat maar laten zitten, het pak blini’s (Russische pannenkoeken) dat we gisteren in de nabij gelegen supermarkt gekocht hadden smaakte ons veel beter.
Het terecht komen op de juiste weg ging niet geheel zonder slag of stoot, Liz wist wel op haar computer te vertellen waarheen te gaan, maar sommige volkomen onverlichte opritten en afslagen reden we voorbij zonder ze zelfs maar op te merken. Na een paar pogingen waren we dan toch op weg en op koers; richting Noorse grens!

Jammer, heel jammer vonden we het dat we weinig van het landschap gezien hebben omdat het bijna de gehele ochtend nog aardedonker was.
Pas tegen elf uur begon het wat lichter te worden en zagen we dat hetgeen wij al opgemerkt hadden in het schijnsel van de koplampen, juist was; het terrein was prachtig! Door heuvels slingerende weggetjes, prachtig omlijst met wonderschone witte decoraties zoals beijsde boompjes en struiken. Een genot voor het oog.
Soms kwam daaraan heel abrupt een einde en maakte onze verrukking plaats voor ontzetting. In die gevallen ontsierde een fabriek het landschap en wel op een wijze die wij ons niet meer voor konden stellen. Niet alleen de fabriek en het fabrieksterrein of de lucht er boven was zwart, in een straal van enkele kilometers rond de fabriek had de natuur het gevecht tegen de mens opgegeven en was er een naargeestig maanlandschap ontstaan.

Op een gegeven moment, nog lang voor wij het verwacht hadden, troffen wij opeens een slagboom over de weg. Het was nog veel te vroeg voor de grens toch? De paspoorten werden aan een controle onderworpen en ons werd medegedeeld dat wij de weg niet meer mochten verlaten.
De slagboom werd op oud-Russische wijze voor ons geopend (met de hand ja, je zult daar de hele dag staan) en we konden door rijden.

Tot 30 kilometer voor de grens waar we een dik en hoog stalen hek op de weg aan troffen met militair personeel. Braaf en gedwee bleven we netjes bij het stopbord wachten tot er beweging in het geheel kwam.
Een militair kwam op de auto af gelopen en nam de paspoorten in ter controle. Een heel vluchtige blik achterin de auto en zijn gezicht daarbij -jazeker, dat ga ik echt niet allemaal doorzoeken in deze kou- was voldoende om de paspoorten weer terug te krijgen en het loodzware hek zwaaide open. Juist, op handkracht. De ontwerper van deze post had waarschijnlijk een twijfelachtige dag toen hij de plannen voor de post optekende, want achter het hek stond voor de zekerheid ook nog een slagboom. Dubbel genaaid zou beter houden?

Uiteindelijk kwamen we dan toch, na langs kilometers hekwerk gereden te hebben, uit bij de eigenlijke grens. Hier moesten we een formulier invullen om de auto weer uit te kunnen voeren. Dit keer was het erg makkelijk, het was precies het zelfde formulier als wij bij binnenkomst in Rusland hadden ingevuld. Het verschil was een (1) kruisje in een ander vakje, in plaats van ‘tijdelijke invoer’ was het nu ‘uitvoer’. Bij dit soort zaken moesten we vooral maar niet nadenken, maar gewon doen. Het is het dansje dat men er graag danst, dus dansten wij vrolijk mee.
Meekomen (vrije vertaling) klonk het richting mij door de persoon die ik even daarvoor nog net niet bij de auto weggestuurd had, trek dan verdorie ook een uniform aan zeg! Nou… tot het laatste dekseltje van het kleinste pannetje uit de pannenset moest open, terwijl ik op mijn lip stond te bijten. Nu ken ik de hoeken en gaten van een Defender wellicht beter dan een douanier, maar kom op zeg, zou er niets achter die deurpanelen kunnen zitten, in de accu of ecu bak, afijn, noem maar op. Ik heb het voor elkaar gekregen wijselijk mijn mond te houden.

Wij konden weer naar binnen voor… de pascontrole.
Dit maal werd de pas tot op de letter gecontroleerd en onze gegevens met behulp van welgeteld 1 vinger overgetypt. De stempels kwamen op tafel en na een paar welgemikte dreunen kregen we de passen weer retour. Nu had ik het de eerste keer bij binnenkomst al redelijk spaans toen de stempel actie op touw gezet werd, deze keer kon ik een brede grimas niet onderdrukken terwijl Liz de tegels op de grond stond te hypnotiseren.
Tja, en daar gingen we weer. Wellicht werd onze meligheid voor opluchting aangezien, want een andere douanier nodigde me vriendelijk uit mee te komen naar de auto voor een inspectie. En zo geschiedde het.
Uiteindelijk konden wij doorrijden naar de Noorse grenspost waar men volgens Liz nog wel eens lastig kon zijn. Lastiger dan de Russen?
We parkeerden de auto voor de slagboom en liepen het douane kantoor binnen waar een olijke en uitbundige douanier met duidelijk plezier in zijn werk ons welkom heette. De passen waren binnen luttele seconden in orde bevonden en we konden doorlopen, terug naar de auto. Wel liep hij even mee, wij hadden zo veel bagage bij ons…
Liz vertelde de man dat we op kampeertocht waren en dat voldeed; haha, nou dan zullen jullie het wel koud gehad hebben, nog veel plezier he! Klaar.

Direct na het passeren van de grens werden we opgewacht door een cordon blauwpakken met in de aanslag: fotocamera’s. Het bleken in ski-overalls gestoken Japanse toeristen die smulden van het moment dat uw twee dappere landreizigers zich los hadden weten te scheuren van 11 dagen sovjet-onderdrukking, weten zij veel. Als we het vooraf hadden geweten hadden we met ketchup ingesmeerd verband om onze hoofden gedaan.

Eerste stop in Noorwegen: Kirkenes, een schattig vissersdorpje. Lunch bestond uiteraard uit rendier, hoe haden we daar naar uitgekeken. (eigenlijk nog meer naar Fiskekaker (heerlijke hamburgers van vis), maar die schijn je in een vissersdorp niet te kunnen krijgen.
Ook hebben we meteen het postkantoor even aangedaan, we hadden nog wat kerstkaarten te versturen naar familie. Vanuit Rusland zouden deze volgens zeggen weken lang onderweg zijn, mogelijk halen ze het nu nog voor oud en nieuw.
Over de bochtige en hobbelende weggetjes van Finnmark, Noorwegens noordelijkste provincie, reden we verder west, grensweg E6 richting Karasjok om zo bij de woonplaats van de moeder van Liz uit te komen in Kvalsund.

Het verschil met Rusland is echter dat in Rusland de ijswegen dermate breed zijn en de bochten zo spaarzaam aangebracht, dat je er makkelijk 90 kunt rijden. Met een dergelijk gemiddelde in het hoofd meenden wij even dat het wellicht mogelijk zou kunnen zijn dat wij tegen de avond in Kvalsund aan kwamen, maar daar verkeken we ons dus op. Moe van het rijden door het intense donker, er was vandaag namelijk ook nog een maansverduistering, en het rijden door een door rendieren heel erg dichtbevolkt gebied, gaven we eenmaal in Karasjok aangekomen er de brui aan. Tijd voor een plaatselijke delicatesse; rendiervlees!
Overigens hadden we bijna de hele komende week rendier gegeten; Twee rendieren waren bezig met een vergelijkend waren onderzoek in opdracht van de Noorse automobiel club (denk ik) en staken pardoes de weg over. En ook dit jaar is Nokian weer goed door de test gekomen; op een ijsweg zonder slippartijen een noodstop maken en met nog ruim 30 cm speling tot stilstand komen is een respectabele uitslag.

PageLines